Werken met aftakkingen

Aftakdozen, aftakpanelen en klemmenstroken toevoegen en hergebruiken.

Gebruik aftakkingen wanneer een draad via een doos, paneel of klemmenstrook verderloopt. In Condui kan hetzelfde fysieke aftakpunt meermaals op het eendraadschema voorkomen, en eenmaal op het plan of bord.

OnderdeelSymboolWanneer gebruikenZichtbaar in
VerbindingsdoosSymbool verbindingsdoosVoor een gewone aftak- of verbindingsdoos zonder afzonderlijke pinregistratie.Eendraadschema en situatieplan
VerbindingspaneelSymbool verbindingspaneelVoor een centrale aansluitkast waar meerdere kabels samenkomen en via klemmen verderlopen. Kan en mag alleen klemmen bevatten.Eendraadschema, situatieplan en bordweergave
Klemmenstrook Symbool klemmenstrookVoor een rail of strook waarvan je de aansluitpinnen afzonderlijk wilt volgen.Eendraadschema en bordweergave

Verbiningspaneel

Een verbindingspaneel is een speciaal paneel dat meerdere keren kan voorkomen op eendraad, maar enkel en alleen klemmenstroken kan bevatten. Wil je een paneel met automaten en klemmen? Gebruik dan een standaard verdeelbord.

Een aftakking toevoegen

  1. Open :ui-icon[library] Symbolenbibliotheek en ga naar Net & Aarding.
  2. Sleep Verbindingsdoos, Verbindingspaneel of Klemmenstrook naar de gewenste draad.
  3. Selecteer het symbool en open :ui-icon[properties] Eigenschappen.
  4. Kies een bestaande identificatie om hetzelfde fysieke onderdeel te hergebruiken, of typ een nieuwe identificatie.
  5. Gebruik het oog naast de identificatie om het label op het schema te tonen of te verbergen.

Identificatie

Een doos, paneel of strook heeft een dientifcatie, die bepaalt of het om een uniek, of gedeeld symbool op eendraad gaat. Als de identifcatie hetzelfde is, dan wordt het een object dat maar eenmaal kan voorkomen op het plan of bord.

Kies deze identifictaie via het :ui-icon[menu]menutje naast het label. Typ je een nieuwe naam in, dan maak je automatisch een nieuwe identifcatie. verwijder je een naam van alle objecten ermee, dan is deze weg.

De werking is hoofdzakelijk hetzelfde tussen dozen, panelen en stroken. Dozen en panelen zijn standaard uniek voor iedere plaatsing, klemmen delen identificatie, maar hebben steeds een unieke pin.

Identificatie van een klemmenstrook

Een klemmenstrook gebruikt een vaste X, gevolgd door het strooknummer en het pinnummer. X1-3 betekent dus klemmenstrook X1, pin of aansluiting 3.

  • Het strooknummer bepaalt het fysieke onderdeel, bijvoorbeeld X1 of X2.
  • Het pinnummer bepaalt de aansluiting op die strook.
  • Eenzelfde pin of aansluiting kan niet door twee verschillende verbindingen worden gebruikt. Bij een conflict verschuift Condui alleen het conflicterende pinnummer. Lege pinnummers tussen twee aansluitingen zijn toegestaan.
  • Heeft de klemmenstrook een verbinding vóór en na het symbool, dan kun je een inkomende en uitgaande pin invullen. Het label wordt bijvoorbeeld X1-1/2.

Toewijzing gebeurt per draad

Een pin wordt gekoppeld aan een volledige draadverbinding. Condui splitst een klemmenstrook nog niet per afzonderlijke geleider of fase binnen die draad.

Een afzonderlijke pin per geleider instellen wordt momenteel niet ondersteund, dus complexe combinaties met kammen en etages zijn nog niet mogelijk.

Controleren waar een aftakking loopt

Zet het eendraadschema en de :ui-icon[canvas-panel] Bordweergave naast elkaar. Selecteer een draad vóór of na een aftakkking of verbinding. Wanneer beide uiteinden in het bord geplaatst zijn, licht Condui alleen het bijbehorende interne traject op.

Voor de fysieke plaatsing, breedte en aansluitpunten van een klemmenstrook, zie Klemmenstroken in de bordweergave.